Het zal niemand ontgaan zijn, dat de beurskoersen de afgelopen weken flink zijn gedaald. In één week tijd daalde de AEX-index met bijna 20%, maar daarna herstelde deze zich weer enigszins. Deze grote koersbewegingen zorgden ervoor, dat een sinds 2018 geldende MiFID 2 verplichting voor vermogensbeheerders ineens volop in de schijnwerpers is komen te staan: de 10%-verlieswaarschuwing.

Waarschuwen bij beleggingsverliezen van 10% of meer

Vermogensbeheerders zijn verplicht om hun cliënten aan het einde van de handelsdag te waarschuwen, zodra de waarde van de beleggingsportefeuille ten opzichte van de vorige gerapporteerde waarde met 10% of meer is gedaald, en wel in veelvouden van 10%. Bij een beleggingsportefeuille met een vorige gerapporteerde waarde van 100 moet een vermogensbeheerder zijn cliënt dus aan het einde van de handelsdag waarschuwen, zodra de waarde op of onder 90, 80, 70, 60, etc. uitkomt. Met de vorige gerapporteerde waarde wordt de weergegeven portefeuillewaarde in de meest recente beheerrapportage bedoeld. Het is gebruikelijk dat een vermogensbeheerder op kwartaalbasis aan zijn cliënten rapporteert, maar andere rapportagefrequenties komen ook voor.

Kanttekeningen

Hoewel een waarschuwingsplicht bij grote verliezen nuttig is, zijn er ook kanttekeningen te plaatsen. Het gekozen percentage van 10% (en veelvouden daarvan) is tamelijk willekeurig, want de ene beleggingsportefeuille is de andere niet. Bij een zgn. offensieve beleggingsportefeuille zullen koersdalingen van 10% gangbaarder zijn dan bij een zgn. defensieve beleggingsportefeuille. Voor beleggingsportefeuilles met zgn. ‘illiquide’ producten – d.w.z. beleggingsproducten waarin geen of weinig handel is – moet de vermogensbeheerder overigens iedere dag zelf een schatting maken van de waarden van deze producten. De 10%-verlieswaarschuwing geldt niet alleen voor particuliere cliënten, maar ook voor professionele cliënten. Dit betekent dat een vermogensbeheerder die alleen grote pensioenfondsen bedient deze ook zal moeten waarschuwen zodra hun beleggingsportefeuilles met 10% of meer zijn gedaald. Terwijl dergelijke professionele cliënten doorgaans zeer regelmatig zelf de waarden van hun beleggingsportefeuilles zullen controleren en over betere en actuelere informatie beschikken dan particuliere beleggers.

Geen mogelijkheid om af te wijken

Een aantal vermogensbeheerders wilde dan ook met hun cliënten afspreken om deze 10%-verlieswaarschuwing “uit te zetten”, of om pas bij hogere waardedalingen dan 10% te waarschuwen. De AFM heeft hiermee korte metten gemaakt. Eind 2017 gaf de AFM al aan, dat er geen enkele ruimte voor vermogensbeheerders is om hiervan af te wijken. Geen andere percentages, en geen mogelijkheid om deze waarschuwing in onderling overleg met de cliënt achterwege te laten.

Meerdere waarschuwingen voor hetzelfde verlies

Vermogensbeheerders zullen dus aan deze 10%-verlieswaarschuwingsverplichting moeten voldoen. In situaties waarin de beleggingsportefeuille sterk in waarde daalt en stijgt kan het zelfs gebeuren, dat een verlieswaarschuwing meer dan één keer moet worden gegeven. Om een concreet voorbeeld te geven: een cliënt heeft een beleggingsportefeuille, waarbij de vermogensbeheerder op kwartaalbasis rapporteert en waarbij de laatste gerapporteerde waarde van de beleggingsportefeuille overeen kwam met de slotkoers van de AEX eind 2019. In de maand maart 2020 had deze vermogensbeheerder strikt genomen dan 5 keer een 10%-verlieswaarschuwing aan zijn cliënt moeten afgeven: 2 keer voor een waardeverlies van meer dan 10%, 1 keer voor een waardeverlies van meer dan 20% en 2 keer voor een waardeverlies van meer dan 30%. Van deze 5 waarschuwingen zijn er dus 2 ‘dubbelop’: deze zagen op verliespercentages waarover de vermogensbeheerder de cliënt al eerder had gewaarschuwd.

Door de grote koersbewegingen die we momenteel op de beurzen zien is het dus goed opletten geblazen voor vermogensbeheerders om tijdig en juist aan deze waarschuwingsverplichting naar hun cliënten te voldoen.

en_GB
nl_NL en_GB