Pensioenfondsen onderbenutten MiFID 2

‘Kamer wil fiduciair beheer aan banden leggen’ kopte Pensioen Pro ruim een maand geleden. De Tweede Kamer wilde verbieden dat pensioenfondsen het opstellen van en toezien op hun strategische beleggingsbeleid uitbesteden aan vermogensbeheerders, maar door minister Koolmees is inmiddels verduidelijkt dat fiduciair beheer mogelijk blijft.

Pensioenfondsen moeten van de Tweede Kamer blijkbaar meer het heft in eigen handen nemen als het gaat om het beleggen van pensioengelden. Dat lijkt terecht: zo zijn bijvoorbeeld de beleggingskosten van pensioenfondsen de afgelopen jaren flink gestegen. En hoewel pensioenfondsen veel aandacht hebben voor beleggingskosten, maken zij naar onze mening te weinig gebruik van de mogelijkheden die de Europese richtlijn MiFID 2 hen biedt om deze kosten beter te beheersen. Hieronder geven wij enkele voorbeelden.

Kostentransparantie beleggingsfondsen
Vermogensbeheerders zijn sinds begin dit jaar op grond van MiFID 2 verplicht om pensioenfondsen gedetailleerde inzage te geven in de kosten van de beleggingsfondsen waarin het pensioenvermogen wordt belegd. Wanneer een beleggingsfonds niet meewerkt aan deze kosteninzage, moet de vermogensbeheerder zelf de kosten van dat beleggingsfonds inschatten. De kosten van een beleggingsfonds moeten volgens een voorgeschreven wijze worden berekend.

Het is echter twijfelachtig of dit leidt tot inzicht in de daadwerkelijke kosten. Zo kunnen met de voorgeschreven rekenmethode de transactiekosten van een beleggingsfonds negatief uitpakken, als gevolg van koersveranderingen tussen het inleggen en de executie van een order. Sommige beleggingsfondsen passen die transactiekosten aan naar nul, andere rapporteren alsof ze geld hebben verdiend aan de transactie.

Wij raden pensioenfondsen aan om hun vermogensbeheerder uit te laten leggen hoe deze de kosten van geselecteerde beleggingsfondsen exact vaststelt.

(On)afhankelijk beleggingsadvies
Ook wordt sinds begin dit jaar een onderscheid gemaakt tussen onafhankelijk en ‘afhankelijk’ beleggingsadvies. Dit geeft aan in hoeverre een vermogensbeheerder/beleggingsadviseur voor zijn advies onderzoek heeft gedaan naar de verschillende soorten beleggingsproducten. Hoe groter het universum van beleggingsproducten dat een vermogensbeheerder voor zijn opdrachtgever onderzoekt, hoe groter de kans dat het aanbevolen product ook het beste in zijn klasse is, qua kosten en opbrengsten.

Vermogensbeheerders die zichzelf als onafhankelijke beleggingsadviseur presenteren, moeten gemotiveerd aantonen dat zij naar genoeg alternatieven binnen een bepaalde beleggingscategorie hebben gekeken, voordat zij een concreet beleggingsproduct adviseren. Vermogensbeheerders die met name hun eigen huisfondsen aanbevelen, mogen zich niet als onafhankelijk beleggingsadviseur presenteren.

Voor pensioenfondsen is het raadzaam om voor zichzelf te bepalen wat voor type beleggingsadvies – afhankelijk of onafhankelijk – zij van hun vermogensbeheerder willen ontvangen. Pensioenfondsen die van hun vermogensbeheerder onafhankelijk beleggingsadvies willen ontvangen, doen er verstandig aan om regelmatig te toetsen dat het verstrekte beleggingsadvies ook daadwerkelijk onafhankelijk is.

Pensioenfondsen die van hun vermogensbeheerder geen onafhankelijk beleggingsadvies ontvangen, zouden naar onze mening waarborgen van hun vermogensbeheerder moeten verlangen dat dit beleggingsadvies materieel aan dezelfde eisen voldoet als bij onafhankelijk advies.

Best execution
Vermogensbeheerders waren ook voor MiFID 2 al verplicht om ervoor te zorgen, dat zij bij het uitvoeren van transacties in beleggingsproducten het best mogelijke resultaat – onder meer met betrekking tot prijs, transactiekosten en snelheid van uitvoering – voor het pensioenfonds behalen. Zij moesten daarbij regelmatig beoordelen of de brokers en handelsplatformen die zij gebruiken nog steeds tot dit best mogelijke resultaat leiden.

Of deze evaluatie ook regelmatig diepgaand werd uitgevoerd, is voor ons een vraag. In ieder geval wisselden vermogensbeheerders niet vaak van broker of handelsplatform, ook al heeft de enorme toename van het aantal handelsplatformen tot stevige concurrentie geleid, met fors lagere transactiekosten.

Met de invoering van MIFID 2 moeten vermogensbeheerders openbaar maken welke brokers en handelsplatformen zij gebruiken. Daarnaast verplicht MIFID 2 de brokers en handelsplatformen zelf om informatie te publiceren over kosten en snelheid van transacties.

Dit biedt pensioenfondsen de mogelijkheid om zelf na te gaan of de brokers en handelsplatformen die hun vermogensbeheerder gebruikt ook daadwerkelijk tot het best mogelijke resultaat voor het pensioenfonds leiden, of dat er betere of goedkopere beschikbaar zijn.

Dit artikel is op 14 december 2018 verschenen in PensioenPro: https://pensioenpro.nl/pensioenpro/30028706/opinie-pensioenfondsen-onderbenutten-mifid-2